030 – 693 23 48

Vraag en antwoord uit Oefenexamen WFt Vermogen

01-04-2019

Vraag en antwoord uit Oefenexamen WFt Vermogen

Vraag:

Mevrouw Bakker belt haar adviseur op, omdat ze een vraag heeft over haar beleggingsportefeuille. U kent mevrouw Bakker goed en beheert al jarenlang haar portefeuille. Ze is een offensieve belegger, maar ze laat u graag haar zaken in haar beleggingsportefeuille regelen.

Mevrouw Bakker heeft in de krant gelezen dat een bepaald aandelenfonds een historisch rendement kan halen van 9% bij een standaarddeviatie van 20%. Mevrouw Bakker weet niet zo goed wat dit nu precies betekent, maar ze denkt dat als zij nu extra € 50.000 stort in haar beleggingsportefeuille dat dit heel veel rendement zal opleveren in dit aandelenfonds. Mevrouw Bakker vraagt aan u of u kunt voorrekenen wat de waarde van die € 50.000 zou zijn na het eerste beleggingsjaar.

Wat vertelt u mevrouw Bakker?

Antwoord:

A: Er is 2,5% kans dat de waarde van deze belegging kleiner is dan

€ 34.500 (het juiste antwoord)

B: Er is 95% kans dat de waarde van deze belegging groter is dan € 74.500

C: Er is 5% kans dat de waarde van deze belegging na één jaar € 54.500 bedraagt

Toelichting op antwoord A

U weet dat er 5% kans is dat het rendement meer dan twee keer de standaarddeviatie afwijkt van het gemiddelde. Er is 2,5% kans dat het rendement hoger is dan het gemiddelde (9%) plus twee keer de standaarddeviatie (2 x 20%) = 49%. En er is 2,5% kans dat het rendement lager is dan het gemiddelde (9%) min twee keer de standaarddeviatie (2 x 20%) = -31%. Dit betekent dat er 2,5% kans is dat de eindwaarde van het vermogen van uw klant na een jaar lager is dan € 34.500.