Paul Zevenbergen: ‘Niemand houdt je tegen om een 8 of een 9 te halen’

22-12-2021

Nieuws

Als je het LinkedIn-profiel van Paul Zevenbergen bekijkt, dan sta je versteld van het aantal functies dat hij bekleedt. Van lid van de Rekenkamercommissie in een gemeente in Zuid-Holland tot voorzitter van het bestuur van het Grotius College in Delft: Paul zit niet stil. Daarnaast is hij sinds juli 2016 voorzitter van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD). Als er iemand is die weet wat er speelt in de financiële sector, dan is Paul het wel. Ewald Bary stelt hem een paar prangende vragen.

Hoe kijk jij tegen de komst van het vakbekwaamheidsbouwwerk van het CDFD aan?
‘Er is een bouwwerk ontstaan, dat wellicht niet door iedereen geaccepteerd wordt, maar waar we op zijn minst wel gewend aan zijn geraakt. Er is een bodem gelegd en het systeem doet wat het moet doen, zonder dat het extreem duur is. Dat hebben we tenminste al bereikt. De meningen over het systeem verschillen. Ik heb er moeite mee dat sommigen zeggen dat we een beweging naar de bodem hebben ingezet, omdat we alleen op bodemniveau toetsen. Ja, als je aan het minimum voldoet, dan is het goed, maar niemand houdt je tegen om een 8 of een 9 te halen. De discussie is wel in een wat rustiger vaarwater gekomen, merk ik.’

Wat heb je op het gebied van vakbekwaamheid van adviseurs zien gebeuren?
‘Je ziet in ieder geval dat het bewaken van de vakbekwaamheid er is, en dat dit consumenten ook het vertrouwen geeft dat de adviseur zijn vak verstaat. Ik hoor vaak van vakgenoten dat ze het gevoel hebben dat de cowboys het toneel hebben verlaten. Dat lijkt mij pure winst voor ons vakgebied. We moeten niet vergeten dat consumenten tegenwoordig veel mondiger zijn en veel meer zelf doen. Daarnaast verandert de vraag van de consument. Een hypotheekadvies kun je bijvoorbeeld niet meer los zien van een pensioenvoorziening. Hetzelfde geldt voor verduurzaming. Je ziet dat de markt met innovaties komt en dat de adviseur hier zich ook over moet buigen. Ik vind het mooi dat er zoveel ontwikkelingen zijn binnen ons vak, even los van de eisen die de overheid stelt aan vakbekwaamheid.’

Is het advies dan ook kwalitatief verbeterd?
‘Dat is moeilijk te zeggen, om twee redenen. Allereerst: hoe kun je aantoonbaar vaststellen wat de kwaliteit van advies in Nederland is? En ten tweede: hoe kun je vaststellen waardoor dat komt? Mijn antwoord is misschien meer intuïtief dan aantoonbaar, maar ik denk dat de kwaliteit is toegenomen. Al is het maar omdat men – de één meer dan de ander – nog bewuster bezig is met het vak. De vakbekwaamheidsvereisten helpen daar echt bij.’

Welke stap kan onze branche nu het beste nemen?
‘Er is veel kritiek op het huidige systeem van permanente educatie (PE) en de Wft-examens. Dat roept de vraag op hoe het dan wél zou moeten. Met veel betrokkenen in de markt heeft het CDFD hier gesprekken over gehad. Goede alternatieven blijken ingewikkeld. Zo zullen veel veranderingen, bijvoorbeeld meer assessments of praktijksituaties, ertoe leiden dat het geheel duurder wordt. Hoe regelen en betalen we dat? Hoe zorg je ervoor dat een andere systeem de hele markt goed afdekt en de lat, ook in het belang van consumentenbescherming, ten minste even hoog legt? De overheid heeft de huidige bodem gelegd en stimuleert de branche om daar meer mee te doen. Kortom: ideeën en voorstellen uit de branche zijn welkom. Ze zullen wel marktdekkend, volwaardig en niet vrijblijvend moeten zijn.’

Wat zijn jouw verwachtingen voor de komende vijf jaar?
‘De digitalisering zet door, al is het wanneer en hoe moeilijk te voorspellen. We mogen denk ik wel verwachten dat het tempo eerder toeneemt dan afneemt. Dat geeft ook heel veel mogelijkheden. Ik denk dat het belangrijk is dat de adviseur zelf blijft kijken naar zijn of haar branche en naar wat hij of zij wil en kan met de digitalisering. Het moet niet zo zijn dat aanbieders van digitale producten en platforms, noem het ‘tech-bedrijven’ dit gaan bepalen. Die digitale component zal in de vakbekwaamheid van de adviseur, en dus ook in het opleidingsaanbod, een grotere rol gaan spelen. Daarnaast zie ik dat de consument meer dingen op zich wil nemen en zelf wil regelen. De verhoudingen tussen de adviseur en de consument gaan hierdoor verschuiven. Dat is natuurlijk ook verschillend per consument, want de ene consument is mondiger dan de ander.’ Tot slot is duurzaamheid een belangrijk en zelfs onontkoombaar thema. Dat lijkt misschien wat verder van de financiële dienstverlening weg te liggen, maar mijn college Fred de Jong in het CDFD is hier heel goed mee bezig als lector aan de Hogeschool van Arnhem-Nijmegen. Houd zijn werk in de gaten!

Over Lindenhaeghe On Tour
In Lindenhaeghe on Tour gaat algemeen directeur Ewald Bary op pad om de dialoog aan te gaan met bekende en minder bekende branche- en vakgenoten. Samen met zijn gesprekspartner evalueert Ewald het afgelopen jaar, analyseert hij hoe de branche er voor staat en werpen zij een blik op de toekomst.

Bekijk onze speciale Lindenhaeghe On Tour-landing