Cliëntenonderzoek opzetten voor financiële ondernemingen

05-10-2020

Internationale drugshandel, de meest winstgevende business vanuit waar geld wordt witgewassen, en wereldwijd terrorisme ontwrichten de mondiale samenleving. Om dit aan te pakken bestaat in Nederland de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), die is omgezet vanuit De Europese richtlijn de Anti Money Laundering Directive (AMLD). Deze is weer gebaseerd op de 40 aanbevelingen van de intergouvernmentele Financial Action Task Force (FATF). Ondertussen is de vijfde versie van de Wwft reeds geïmplementeerd.

Tijdens het vorige blog kwam Harm Groot Kormelink van International Compliance Partners aan het woord en bespraken we signalen relevant voor de tweedehands autohandel. In het tweede bericht van dit drieluik gaan we dieper in op een rode draad die de Wwft geeft om een gedegen onderzoek uit te voeren: het cliëntenonderzoek.

Meer over CDD: Download de gratis e-paper.

Het cliëntenonderzoek
In de Wwft zijn een aantal criteria bepaald waar het cliëntenonderzoek aan moet voldoen. De eerste is identificatie van de klant en/of de UBO. De UBO is de Ultimate Benificial Owner, of de uiteindelijk belanghebbende in het Nederlands. De twee criteria die van belang zijn om een persoon te kwalificeren als UBO betreft het houden van het uiteindelijke eigendom of het hebben van de uiteindelijke zeggenschap in een cliënt, oftewel degene die, platgeslagen gezegd, aan de touwtjes trekt binnen een organisatie.

Daarnaast moet het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie bepaald worden om het te verwachten klantbeeld te schetsen. Welke verwachtingen heeft een klant, waarom gaat hij een zakelijke relatie aan, welke transacties wil hij uitvoeren, waarom deze transacties en welke middelen gebruikt hij daarvoor? Cliënten, afgenomen producten en specifieke transacties moeten vervolgens gereviewed en gemonitord worden om te onderzoeken of dit overeenkomt met het doel en aard van de relatie.

Aandachtspunten
Iedere klant is uniek, maar vertoont wel generaliseerbare en categoriseerbare karakteristieken. Laten we gemakshalve het voorbeeld van de tweedehands autohandelaar erbij pakken. Vrijwel iedere Wwft-plichtige instelling werkt met een lijst van risico-indicatoren om de mate van risico en nodige diepgang van een review af te kaderen. Voor de tweedehands autohandelaar is dit allereerst het sectorrisico. De autobranche is gevoelig voor witwassen omdat het wettelijk gezien toegestaan is met contante gelden (lees: illegaal verkregen vermogen) een auto te kopen. Ten tweede is dus het transactierisico van toepassing omdat het een cash-intensieve business is. Stel dat de autohandelaar ook actief is in de export van auto’s en gelden ontvangt uit verhoogd risico landen, dan wordt ook het geografisch risico van toepassing.

Andere algemene voorbeelden van risico-indicatoren zijn de corruptiegevoelige PEP’s (Politically Exposed Persons), het structuurrisico (complexe, non-transparante en vaak grensoverschrijdende organisatiestructuren) of het signalenrisico (berichtgeving omtrent in een klant in openbare bronnen zoals de krant). En zo bestaan er nog enkele indicatoren. Per risicocategorie zijn er specifieke aandachtspunten waar de CDD-analist op moet letten om te zien of het risico daadwerkelijk bestaat, materieel is, en of dit beheersbaar is voor de financiële instelling.

Het CDD-onderzoek heeft als doel om de klant te leren kennen en zodoende te bepalen of een instelling zaken doet met betrouwbare, integere relaties. Met de Opleiding CDD Professional van International Compliance Partners en Lindenhaeghe krijg je alle theoretische en praktische handvatten aangeleerd om als CDD-analist aan de slag te gaan.

Meer over dit onderwerp? Download de e-paper CDD

Of download de gratis factsheet Know Your Customer